© 2018 AvV - proudly created with Wix.com

  • Annette

Ingebrekestelling en verzuim


De wet verbindt allerlei gevolgen aan het niet-nakomen van een overeenkomst. Zo kan een partij de overeenkomst ontbinden als zijn wederpartij niet (correct) nakomt. Maar voordat hij die gevolgen kan inroepen moet de wanpresterende partij eerst in verzuim zijn. En daarvoor moet vaak een laatste termijn worden gesteld.



Op 11 oktober 2019 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen dat de regels rondom verzuim en ingebrekestelling behoorlijk verduidelijkt. Kort gezegd heeft de Hoge Raad bepaald:

  1. dat de gestelde termijn voor nakoming in een formele ingebrekestelling (aanmaning) eventueel korter mag zijn dan op het eerste gezicht redelijk lijkt om de prestatie nog te kunnen leveren. Indien er al eerdere sommaties zijn geweest en termijnen zijn gesteld, kan zo’n relatief korte termijn toch redelijk zijn, en de ingebrekestelling dus geldig. Dat geldt ook als die eerdere sommaties en termijnen niet voldeden aan de eisen van een geldige ingebrekestelling. De Hoge Raad neemt de voorgeschiedenis dus mee bij de beoordeling van de termijn van de ingebrekestelling.

  2. dat het verzuim ook kan intreden wanneer de schuldenaar niet (toereikend) reageert op een verzoek van de schuldeiser om binnen vrij korte termijn toe te zeggen dat hij zal nakomen binnen een door de schuldeiser gestelde termijn. Als een schuldenaar niet binnen een termijn van bijv. 5 dagen aangeeft dat hij binnen 3 weken zal nakomen, hoeft de schuldeiser dus geen 3 weken te wachten voordat hij kan ontbinden.


Schets van de zaak


Het gaat in deze zaak om een hoofdaannemer (Fraanje) die een overeenkomst heeft gesloten met een onderaannemer (Alukon) om onder meer kozijnen en vliesgevels te leveren en te plaatsen op een project. Omdat in de oorspronkelijke planning geen keiharde termijn voor levering was afgesproken, maar Alukon wel uitliep op de planning, heeft Fraanje aan Alukon gevraagd een plan van aanpak op te stellen. Toen ook het tijdpad in dat plan van aanpak niet werd gehaald, heeft Fraanje tot tweemaal toe Alukon gesommeerd om op een vrij korte termijn (7 en 10 dagen) het werk af te ronden, in twee gedeelten. Bij de tweede sommatie heeft Fraanje Alukon bovendien gesommeerd om binnen 5 dagen schriftelijk te bevestigen dat Alukon een bepaald deel van het werk zou vervangen binnen 3 weken.


Alukon kreeg van de rechtbank en het gerechtshof (in hoger beroep) gelijk in haar stelling dat de door Fraanje gestelde termijnen te kort waren, en dat zij dus niet in verzuim is geraakt door de sommaties van Fraanje. De rechtbank en het Hof hebben elke ingebrekestelling (aanmaning) op zich beoordeeld en bij iedere ingebrekestelling geoordeeld dat de daarin gestelde termijn te kort was. De gestelde termijnen waren geen “redelijke termijn” in de zin van de wet.

Het gevolg is dat de ontbinding geen stand houdt en Fraanje alsnog de aanneemsom aan Alukon moet betalen. Maar de Hoge Raad denkt daar anders over…


Ingebrekestelling en verzuim


Om een overeenkomst te kunnen ontbinden is vereist dat de tekortkomende partij in verzuim is. Dat is alleen anders als nakoming (blijvend of tijdelijk) onmogelijk is. Als er geen harde leverdatum is overeengekomen, dan treedt het verzuim pas in nadat de betreffende partij in gebreke wordt gesteld.

Zon ‘ingebrekestelling’ vindt plaats door een schriftelijke aanmaning te sturen waarin een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld. Als niet binnen die redelijke termijn wordt nagekomen, dan is de betreffende partij ‘in verzuim’. De functie van zo’n ingebrekestelling is om de schuldenaar nog een laatste termijn voor nakoming te geven, zodat hij kan voorkomen dat hij in verzuim raakt, met alle gevolgen van dien.


Maar wat is nu een redelijke termijn?


Daarover werd in dit arrest gestreden. De Hoge Raad begint met een algemene inleiding waarin hij overweegt dat geen sprake is van strakke regels die in ieder geval naar de letter kunnen worden toegepast. Een rechter moet in redelijkheid de ingebrekestelling beoordelen en beoordelen wat partijen over en weer van elkaar konden verwachten. Daarbij met hij er rekening mee houden dat partijen vaak hebben gehandeld zonder gedetailleerde kennis van de wet.


Vervolgens concludeert de Hoge Raad dat de lengte van de termijn afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. In het bijzonder is van belang wat het voortraject was van afspraken, planning, termijnen en aanmaningen. De Hoge Raad overweegt dan:


Bij het oordeel over de redelijkheid van de lengte van de termijn die aan de schuldenaar voor nakoming wordt gegeven, dient de tijd te worden betrokken die de schuldenaar voor de aanmaning heeft gehad om zich voor te bereiden. Daarbij geldt dat het de schuldenaar in de meeste gevallen niet vrij staat om te wachten met de voorbereidende handelingen tot hij aangemaand wordt. Dit betekent dat termijnen die eerder zijn gesteld en het eerder door de schuldeiser sommeren van de schuldenaar, van belang kunnen zijn bij de beoordeling van de redelijkheid van de in een aanmaning gestelde termijn. Dat de schuldeiser voorafgaand aan de aanmaning termijnen heeft gesteld of de schuldenaar heeft gesommeerd, kan meebrengen dat de in de aanmaning gestelde termijn korter mag zijn dan wanneer de schuldenaar niet al eerder een termijn was gesteld of gesommeerd. Ook door de schuldenaar zelf gewekte verwachtingen ten aanzien van de termijn van nakoming wegen daarbij mee. De omstandigheden dat die eerdere termijnen geen fataal karakter hadden en dat de eerdere sommaties niet aan de vereisten van een ingebrekestelling voldeden, staan niet eraan in de weg dat zij kunnen leiden tot verkorting van de termijn die de schuldenaar bij een daaropvolgende aanmaning moet worden gegeven om na te komen, bij gebreke van welke nakoming de schuldenaar in verzuim komt.”


De laatste sommatie c.q. ingebrekestelling kende een termijn van 10 dagen. Die is op zich te kort om de hele prestatie te leveren. Maar Alukon had naar aanleiding van de eerdere berichten en naar aanleiding van haar eigen toezeggingen in het plan van aanpak genoeg voorbereidingen moeten treffen om inmiddels in 10 dagen klaar te kunnen zijn. Zij mocht niet wachten totdat ze een ingebrekestelling zou ontvangen.

De eerdere communicatie en de eigen toezeggingen van Alukon mogen worden meegewogen in de beoordeling of de laatste gestelde termijn redelijk is.


Verzuim zonder ingebrekestelling


Verder had Fraanje aan Alukon een termijn van 5 dagen gesteld om te verklaren dat zij bepaalde onjuist geleverde onderdelen binnen 3 weken zou vervangen door andere onderdelen. Dat zou betekenen dat Fraanje niet 3 weken zou hoeven wachten of Alukon nog zou nakomen maar binnen 5 dagen al zou kunnen ontbinden wegens verzuim.


In het algemeen bepaalt de wet dat verzuim ook kan intreden zonder ingebrekestelling, waarvoor de wet drie gevallen benoemt (bijv. als de schuldenaar zelf al mededeelt dat hij niet zal gaan nakomen). De Hoge Raad bepaalt dat ook buiten die drie gevallen verzuim kan intreden, op basis van de redelijkheid en billijkheid. De Hoge Raad oordeelt:


omdat artikel 6:83 BW geen limitatieve opsomming behelst van de gevallen waarin verzuim zonder ingebrekestelling intreedt, maar ook de redelijkheid en billijkheid hierbij een rol kunnen spelen, kunnen de omstandigheden van het geval met zich brengen dat het verzuim van de schuldenaar ook intreedt indien de schuldenaar niet of niet toereikend reageert op een verzoek van de schuldeiser om binnen een redelijke termijn toe te zeggen dat hij binnen een gestelde, eveneens redelijke, termijn zal nakomen, of om zich binnen een redelijke termijn uit te laten over de wijze waarop en de termijn waarbinnen hij door de schuldeiser omschreven gebreken in de uitvoering van de overeenkomst zal herstellen. Wat in dat verband een redelijke termijn voor de uitlating van de schuldenaar is, hangt af van de omstandigheden. Daarbij kan mede een rol spelen of de gestelde termijn gebruikelijk is in de branche waarin partijen actief zijn.”


Voor de praktijk is dit een prettige uitkomst, zeker als discussie bestaat over wat nog geleverd moet worden (bijv. bij herstel van eerder gemaakte fouten). Als de tekortkomende partij niet binnen een korte termijn antwoord geeft op de vraag of hij zal gaan leveren conform de ingebrekestelling, dan kan de andere partij ontbinden, zonder weken (of soms maanden) te moeten afwachten of nog geleverd gaat worden.

Dan volgt soms wel nog een juridische strijd of de ontbinding terecht is. De vraag of overeenkomst correct is nagekomen, kan ook weer aan de rechter worden voorgelegd…


Tot slot


Geschillen over het niet-nakomen van contracten zijn aan de orde van de dag.

Regelmatig sta ik ondernemingen bij in deze gevallen. Mocht u hierover vragen hebben, dan kunt u uiteraard contact opnemen.


Bilthoven, 23 oktober 2019



Annette van Vught

Advocaat en Mfn-mediator



Deze blog maakt onderdeel uit van de website van Van Vught Ondernemingsrecht Advocatuur en mediation