• Annette

Handelsagent - (on)bewust beschermd

Bijgewerkt: 9 nov 2018


In mijn praktijk krijg ik met regelmaat de vraag om een contract op te stellen voor een zzp'er die als verkoper (buitendienst) gaat optreden. Of voor een commercieel bureau dat uitsluitend op provisiebasis gaat werken, liefst voor het aanboren van een nieuwe markt (bijvoorbeeld in het buitenland). Bedrijven denken daarmee makkelijk, flexibel en goedkoop hun verkoopkanaal te kunnen invullen.


Maar wat ondernemers zich vaak niet realiseren - en wat ook de zelfstandige verkoper soms over het hoofd ziet - is dat deze vrijblijvende no cure no pay oplossing in werkelijkheid vaak voldoet aan de wettelijke definitie van 'handelsagentuur' of kortweg 'agentuur', waardoor een strikt stelsel van regels van toepassing wordt.


De handelsagent wordt in de hele Europese Unie beschermd op basis van een Europese Richtlijn. Deze richtlijn is in onze wet geïmplementeerd in artikel 7:428 e.v. BW.

Daarin is als definitie van de agentuurovereenkomst opgenomen:

  • de overeenkomst tussen een opdrachtgever (principaal) en opdrachtnemer (agent);

  • waarbij de principaal aan de agent opdracht geeft;

  • om voor bepaalde of onbepaalde tijd;

  • tegen beloning;

  • te bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten;

  • en deze eventueel op naam van de principaal af te sluiten;

  • zonder aan hem ondergeschikt te zijn.

Aan deze definitie is al snel voldaan. Als een zelfstandige (zzp'er of bedrijf) op verzoek bemiddelt bij de verkoop van producten, dan is eigenlijk vrijwel meteen sprake van een agentuur. Die zelfstandige zal immers altijd wel een beloning verlangen, bijvoorbeeld in de vorm van provisie.

Niet vereist is dat de overeenkomst op schrift is gesteld, dat de zelfstandige (tegelmatig) nieuwe klanten aanbrengt of dat de overeenkomst gedurende een bepaalde tijd heeft bestaan.


De wet beschermt de handelsagent - als zwakkere partij tegenover de principaal - en die bescherming gaat vrij ver. Zo bepaalt de wet bijvoorbeeld:

  • dat de agent recht heeft op provisie voor alle overeenkomsten die tijdens zijn agentuur tot stand zijn gekomen binnen zijn klantenkring of binnen zijn contractgebied, ook als hij daar niet zelf aan heeft bijgedragen (behalve wanneer uitdrukkelijk is bepaald dat hij niet het alleenrecht heeft voor die klantenkring of dat gebied);

  • dat de agent ook recht heeft op provisie wanneer de betreffende order niet wordt uitgevoerd (tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald);

  • dat de aansprakelijkheid van een agent is beperkt;

  • dat de agent recht heeft op inzage van de administratie van de principaal om te controleren of zijn provisie correct is betaald;

  • dat de agent ook recht heeft op een beloning als de principaal zijn diensten niet gebruikt, terwijl hij wel bereid was die diensten te verlenen;

  • dat partijen de agentuur alleen kunnen beëindigen door op te zeggen met inachtneming van een opzegtermijn van enkele maanden (afhankelijk van de duur van het contract);

  • dat de agent na de opzegging recht heeft op een vergoeding voor de door hem aangebrachte omzet (de klantvergoeding of goodwill vergoeding), voor zover hij nieuwe klanten heeft aangebracht of de omzet bij bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid, en de principaal daarvan duurzaam voordeel heeft.

Op zich is deze bescherming terecht. Een handelsagent besteedt veel moeite en stelt zijn relatienetwerk open om voor de principaal een markt op te bouwen en 'business' binnen te brengen, vaak in een bepaald gebied. In dat gebied is de agent 'het gezicht van de onderneming' en zijn de verkoopsuccessen vaak (bijna) volledig aan de agent te danken. Het zou niet redelijk zijn als de principaal de aangebrachte klanten zonder provisie zelf kan 'inpikken' door de agent niet langer in te schakelen.

Als de principaal de agentuur beëindigt blijven de door de agent aangebrachte klanten vaak nog jarenlang klant, en het is reëel om de agent te betalen voor de goodwill die hij aldus heeft gecreëerd.


Maar waar het mis gaat, is waar de principaal of agent (of beiden) zich eigenlijk niet realiseren dat van een agentuurcontract sprake is.


Zo had ik een zaak waarin de principaal botweg gestopt was met het inzetten van de agent, zonder de agent dat mede te delen. Gevolg was dat de agent pas na maanden protesteerde, en dat vervolgens nog tijd verstreek door corresponderen en procederen. De principaal stelde zich daarbij voornamelijk op het standpunt dat geen sprake was van een agentuurovereenkomst, zodat hij nergens toe verplicht was.

Twee jaar nadat de principaal gestopt was met inschakelen van de agent oordeelde de kantonrechter (in het voordeel van mijn cliënt):

  • dat de agentuurovereenkomst niet was geëindigd door de agent niet meer in te zetten, en dat de provisie dus verschuldigd bleef, ook over de twee jaar waarin de agent in feite niet was ingeschakeld;

  • dat opzegging alleen expliciet mogelijk was, met een opzegtermijn van vier maanden;

  • en dat de agent bovendien recht had op een goodwill-vergoeding (klantvergoeding), gelijk aan een jaar provisie.

Deze uitspraak kan niet los gezien worden van de verdere feiten van de zaak en de manier waarop de principaal zich tegenover de agent heeft opgesteld. Maar deze uitspraak maakt wel duidelijk dat het inschakelen van een zelfstandige verkoper op commissiebasis bepaald niet vrijblijvend is...


Hoewel ik in bovenstaande zaak optrad voor de agent, zit ik ook regelmatig aan de andere kant van de tafel. Meestal gelukkig als adviseur, waarbij ik met cliënt een contract opstel om de agentuurrelatie goed te regelen.

Bij vragen over agentuur kunt u mij dus zeker bellen...



Annette van Vught,

Advocaat en Mfn-mediator

8 november 2018


Deze blog maakt onderdeel uit van de website van Van Vught Ondernemingsrecht, Advocatuur en Mediation: https://vvoadvocatuur.nl






© 2018 AvV - proudly created with Wix.com